maart 2010

ma di wo do vr za zo
1 2 3 4 5 6 7
8 9 10 11 12 13 14
15 16 17 18 19 20 21
22 23 24 25 26 27 28
29 30 31        

Laatste berichten

Neem inhoud van deze site over (XML)
web-log.nl, powered by TypePad

Lovely = charmant, bekoorlijk, aimabel, leuk, aangenaam, behaaglijk, prettig, plezierig, fijn, plezant, aardig, bevallig, liefelijk, mooi, goed ogend, attractief, fraai, knap, welgevallig, lieftallig, snoeperig, schattig, allerliefst. 

Voor even 20

'Hoe weet je eigenlijk dat je niet bij een seriemoordenaar in de auto bent gestapt?’
‘Hoe weet jij eigenlijk dat ik geen seriemoordenaar bent?’
‘Over dat soort dingen denk ik niet na’ zei hij, maar zijn eerdere vraag verraadde het tegendeel.'
Ik kon me niet voorstellen dat hij in zijn leven ooit een moord zou gaan plegen. Hij, die 5 minuten nadat hij vroeg of hij naast me mocht zitten, een Balisto in mijn tas gooide. ‘Voor later’ lichtte hij nonchalant toe. Hij vertelde dat hij weer bij zijn ouders woonde, tot 1 uur in bed had gelegen omdat de colleges zo saai waren en daarna met zijn zusje was wezen winkelen. Ik had diezelfde dag zuchtend met mijn vinger langs mijn eerste rimpels gestreken en uren in de spiegel getuurd om te zien hoe ook mijn huid ten prooi was gevallen aan de tijd. Maar dat vertelde ik niet. In plaats daarvan zei ik dat ik de boeken van het tentamen dat ons te wachten stond niet eens had gelezen. Hij lachte. Ik hoorde mijn leugen opgaan in het zenuwachtige geroezemoes van de eerstejaarsstudenten. Ergens uit een vroeg verleden wist ik dat het stoer was om vooral niet je best te doen en door te liegen was ik even weer net zo jong als hij. Hij vertelde dat hij een hele oude porsche cabrio had en toen hij me aanbood om me naar het station te brengen overwon mijn liefde voor auto’s het van mijn sluimerende angst. Toen we de donkere parkeerplaats opliepen vroeg hij of ik bang was. Ik zei van niet en constateerde dat het liegen me deze avond wel erg gemakkelijk af ging.
‘Hou je van Anouk?’
'Ja.’
Ik zag hoe zijn 20-jarige vingers licht trilde toen hij de volumeknop een extra draai gaf en hij de verlaten parkeerplaats afscheurde. Hij gaf me tips en trucs over hoe ik mijn studie kon halen door zo min mogelijk te doen. Als gestrande tweedejaarsstudent waande hij zich immers een jaar ouder dan ik. Hij vertelde over zijn reis naar Canada, over de 7 maanden dat hij op zichzelf woonde. Hij was de oudste van ons twee en ik als klein meisje nam gewillig zijn vers vergaarde levenswijsheid aan. Hij liet zijn wielen spinnen en vroeg of ik op de valreep nog wel even officieel wou doen. Ik knikte.
´Jeroen´
´Lotte´
Hij reed de parkeerplaats voor het station op.
´Moet je gelijk met de trein?’
Het koste me moeite om uit te stappen, uit die cocon van vertrouwdheid. Zodra ik het portier opende voelde ik de vluchtigheid van dit moment. De koude lucht stroomde naar binnen samen met een diep gemis. Ik miste mezelf zoals ik het afgelopen uur was bij hem al voordat ik met beide benen weer op de stoep stond. Het moment was vluchtig en ik wenste dat het eeuwig zou duren. Maar juist door diezelfde vluchtigheid was deze ontmoeting magisch. Als ik de tijd zou rekken zou de magie enkel verloren gaan. Uiteindelijk zou de wereld weer werkelijk worden en ik weer 27 zijn.
'Ik zie je wel bij de herkansing’ loog ik voor de laatste keer en stapte uit. Hij toeterde en ik zwaaide. Automatisch greep mijn hand naar de Balisto in mijn tas.

Vriendinnen

Als ik bij jou alles zal zijn wat ik eigenlijk niet wil zijn, wil jij er dan voor zorgen dat de bodem van dat mandje zo dun mogelijk is, zodat ik er zeker doorheen val? Wil jij er voor zorgen dat alles glad is zodat ik glijd? En als ik dan op het randje van die afgrond sta, geef jij mij dan het laatste zetje? Kijk jij toe als ik val en verwacht te verpletteren? En als ik daar dan lig, niet vermorzeld noch verbrijzeld, wil je dan om me lachen zo hard je kan? En nadat ik het snot en de tranen uit mijn kleding heb gewrongen, nadat mijn mascara weer is bijgewerkt, drink je dan een bakje koffie met mij?

Lieve T.

Waar ben je als ik je nodig heb? Nu, juist nu, nu mijn bloed vloeit, ben je in geen velden of wegen te bekennen. Je laat je alleen maar zien op momenten waarop het jou het beste uitkomt. Alleen op de momenten waarop je vertoning niet meer is dan gênant moment. Zo´n moment dat ik de rest van mijn leven niet vergeet. Waar ik tomaatrood van aansla alleen al als die pijnlijke herinnering zich weer mijn brein in probeert te wurmen. In openbare gelegenheden weet je me gewoon altijd voor schut te zetten door op het verkeerde moment echt héél misplaatst de ogen van mijn gezelschap te prikkelen. Ja, inderdaad, precies zoals je toen die ene keer besloot om tijdens mijn saxofoonles op de grond te gaan liggen. Dat kon gewoon echt niet!!! Je verschuilt je in alle donkere kieren van mijn leven. Achter kasten, in ongebruikte tassen en onder het bed. Je ligt daar gewoon te wachten tot het moment dat je me weer voor schut kan zetten. Terwijl ik het al zo moeilijk heb met mijn maandelijks terugkerende kop vol pukkels en een kuthumeur! En nu, nu ik je nodig heb, ben je verdwenen als sneeuw voor de zon. Gewoon NEREGENS te bekennen.

Allerbeste, liefste T. Het is omdat je zus maandverband haar werk nog slechter doet, anders had ik je voorgoed ingeruild.

Lotte

De hemel huilt

De hemel huilt als ik in de kou voor mijn voordeur sta. Ze kan niet kiezen tussen tranen van regen of tranen van sneeuw en dus bedekt ze de wereld met een wrede glibberige laag. In de verte hoor ik een ambulance uitrukken. Ik pak mijn sleutelbos uit mijn jaszak. Die sleutelbos die sinds een uur een paar gram lichter is. Dit keer pak ik in een keer de juiste sleutel, want die sleutel waar ik altijd instinctief naar greep is weg. Ik heb hem af moeten geven aan de volgende stagiair die de komende vijf maanden mag ervaren hoe intens het is om aanstormend psycholoog te mogen zijn. Ik heb mijn plaats weg moeten geven en wat er achter blijft is een gapend gat waarvan ik nu even niet weet hoe ik het op moet vullen. Of ik het op kan vullen. Ik steek mijn sleutel in het sleutelgat en draai het slot om. Ik blijf nog even in de ijzige kou staan. Want de hemel huilt en ik huil mee.

Grote mensen

'Ze spreken elkaars taal gewoon nog niet’.

Zijn stem klinkt vastberaden, zijn grote blauwe tienjarige ogen verraden het eerste beetje twijfel. We kijken samen toe hoe kater door de lucht zweeft en bij zijn landing vol overgave zijn nagels in de rug van poes boort. Poes blaast verstikt van schrik. Ze duwt haar wang tegen het raam nadat ze in de vensterbank is gesprongen. Haar snorharen plet ze tegen het koude glas. Ik doe het raam open en ze perst zich door een kier naar buiten. Kater ligt triomfantelijk op de houten vloer in het zonnetje en likt voldaan zijn linker poot. Poes zit in vochtige modder van de plantenbak.

'Tante Lotte?’

'Ja.'

'Gaat het nou nog lang duren voordat ze elkaar verstaan?’

Een moment doordrenkt met overpeinzing volgt. De waarheid is dat kater en poes elkaar haten zoals alleen katers en poezen dat kunnen. Een diepgewortelde, genetisch bepaalde oerhaat. Haat die niet verstilt, alleen maar versnelt, tot een onhoudbare stroom van nog meer haat. Maar dat is nog maar de eerste waarheid. De tweede waarheid is dat grote mensen zo onnozel zijn dat het maar beter is dat de kleine mensen dat niet weten. De grote mensen dachten namelijk dat kater en poes elkaar vanaf de eerste ontmoeting in de pootjes zouden vliegen en uit hetzelfde bakje hun driehoekige brokjes zouden eten. Diezelfde grote mensen zijn nu, een half jaar later, best hopeloos omdat de liefde tussen kater en poes in plaats van opbloeit enkel en alleen nog maar verder uitdooft. Dus besluiten de grote mensen te liegen tegen de kleine mensen. En die kleine mensen geloven dat. Maar soms niet helemaal. En nu staat ik oog in oog met die twee grote blauwe ogen van een klein mens dat even twijfelt. Of het wel klopt wat die grote mensen zeggen. Dus ik antwoord een antwoord dat balanceert tussen de waarheid en een leugen. Ik zeg:

'Ik weet het niet.’

En voor nu was dat voldoende.

En luister

Een stem heb ik niet nodig
Als ik verwacht dat ze me niet horen verloren
In eenzaamheid vind ik wat ik misschien nooit kwijt was
Door een oor van een ander verander
Ik misschien nog niet nu maar later
En ik dank degene die mij wil horen
Naar een stem die ik ooit ben verloren
Maar nooit helemaal kwijt was

En luister.

Rook

En op een dag lig je op een roestvrijstalen schaal. Omringd door toastjes temidden van een kring met mensen die hun verplichting uitzitten. De smaak van je oude, versleten vlees maakt de avond tot net iets meer dan dat het is: een zoveelste saaie verjaardag. Je wordt vermorzeld tussen tanden, samen met wat roomkaas en een rode ui. Je bent gerookt en in rook ga je op. Maar gelukkig niet vandaag.

Ze glijden tussen mijn vingers door, die paar witte haren, tussen ontelbaar veel haren, die paar witte haren in je manen veraden hoe oud jij bent. Jij hoest, ik krimp, jij zucht en ik....

Alsjeblieft niet vandaag denk ik als ik de hoek om fiets. En jij staat daar met je neus in de wind. Zoals altijd. Maar een keer zal de laatste keer zijn. Gelukkig niet vandaag.

September

Het afscheid was al genomen. De kramp in mijn hart, de diepe zucht. Tijd gaat voorbij en ik kon alleen maar lijdzaam toezien hoe de zon steeds langer onder bleef dan boven. Zomerse kleding lag klaar om muf te worden achterin een kast. Knellende schoenen ontnamen mijn voeten de vrijheid. Opgesloten in dikke lagen textiel, ik had het afscheid al genomen.

Het afscheid was al genomen. Lang geleden stierf het gelach uit. De vriendschap verdween als mist voor de zon. Langzaam, de reden waarom al vergeten. Het missen werd gewenning, gewenning werd vrede. De vrede vergat ik. Het afscheid ook.

Vandaag, in een bos op een dag achter in september vond ik de zomer en een vriendschap terug.

Konijnenwijsheid

We liepen in rijtjes van twee, verplicht hand in hand. Een handruk die je beschermde tegen al de nachtmerries die zoeken naar de dromen van je ouders diep in de nacht. En soms ook overdag. Kinderverkrachters, auto-ongelukken en vieze mannen die dingen met potloden doen. ‘Hou elkaars hand vast want anders......’ Vul zelf maar in. We liepen van onze school naar de gymzaal. Op de heenweg had ik hem al gezien en de hele gymles bleef hij in mijn hoofd hangen. Hangend in klimrekken, spingend over de kasten liet hij me niet meer los. Zoals gewoonlijk werd ik als laatste gekozen voor trefbal. Ditmaal kon het me niets schelen. Ik was in de ban. Ik smeedde plannetjes over hoe ik hem de mijne kon maken. Over hoe ik straks die hand los kon laten en de grote boze wereld in kon duiken om mijn wens te vervullen. De zenuwen gierden door mijn lijf. ‘Gewoon doen’ dacht ik, ‘gewoon doen, dat is toch wat hij tegen me zegt?'

En ik deed het. Ik wurmde me los, schoot uit de rij en trok met een voorzichtige snelheid de poster van de muur. Zorgvuldig rolde ik hem op en stopte hem in mijn tas, bij mijn vochtige gymkleding. Toen ik die avond ging slapen hing hij boven mijn bed. Een groot, blij konijnenhoofd met daaronder de tekst: gewoon doen!!!

Het is maandagavond en zoals elke maandagavond om 21.30 denk ik: Johan Derksen & co, over "De Voetballerij” moet je niet uren lang gaan zitten zemelen met je semi-interessante kop. Voetballen met je GEWOON DOEN!!!!!!!

Embryo

Voor mij begon jouw leven in de kroeg. Waar anders de drank overvloedig vloeit vloeide nu helemaal niets. Tenminste, er vloeide geen alcohol, wel veel liefde, dat wel. Het aanblik van een glas geurige jus d'orange vergezeld door een dikke vette knipoog waren voldoende. Voldoende om Tante Lotte te laten doen wat ze het beste kan en misschien ook wel het liefste doet: een lekker potje janken. Of noem het vreugdevol snikken. Want jij, jongen (volgens mama), meisje (volgens papa), leukstemooisteliefste baby in de wachtkamer van het consultatiebureau in spe (volgens mij). Jij hebt mijn hart gestolen.